“Ik ben Emma, binnenkort 22 jaar en bijna afgestudeerd. En hoewel mijn eigen schoolcarrière niet altijd even vlot verlopen is, kan ik echt niet wachten om voor de klas te staan.

In het tweede middelbaar kwam ik in een klas terecht waar ik niemand kende. Ik was daar niet bang voor; ik vond het juist spannend. Maar ik merkte al snel dat ik een buitenstaander was omdat de anderen elkaar wel kenden. Dat was geen probleem tot ik, om me bij de milieubeweging van de school aan te sluiten, met een leerkracht van de hogere jaren praatte. Een klasgenoot zag ons en snapte niet waarom ik in godsnaam met een onbekende leerkracht aan het babbelen was. Zo is het allemaal begonnen. En het is niet gestopt tot ik afstudeerde.

Het begon heel onschuldig. Je kent het wel: “Nogal aan het crushen op die leerkracht hé.” Maar het was heel snel niet meer om te lachen. Plots had ik volgens hen een relatie met die leerkracht, later ook met nog een andere leerkracht van wie ik een bijles moest krijgen. Ontkennen haalde niets uit, negeren leek ook niet te werken. Uiteindelijk is het compleet uit de hand gelopen. Ik kon niets meer doen of zeggen want wat ik ook deed, alles had te maken met mijn zogenaamde relatie. Achter ieder detail vonden ze wel een link.

“Achter ieder detail vonden ze wel een link.”

Er ging geen moment voorbij zonder opmerkingen over mijn liefdesleven. Ik werd niet meer aangesproken tenzij het daarover ging. Leerlingen uit andere jaren spraken me plots aan over mijn ‘relatie’. Mensen op andere scholen hadden er zelfs van gehoord. Het CLB met de klas laten praten haalde niets uit. Het was zelfs in de leraarskamer een gespreksonderwerp maar niet één leerkracht die ook maar een poging deed om het tegen te gaan. Niemand die het probeerde in te perken.

Ik was wanhopig op zoek naar de juiste reactie. Ik heb alles geprobeerd; genegeerd, ontkend, sarcastisch bekend, het flauw weggelachen, het overdreven, … Niets hielp. Op den duur wist ik niet meer wat te zeggen of te doen en ze lieten me gewoon niet met rust. Ik werd uitgedaagd om te reageren. Na een tijd hing het me zo zwaar de keel uit, dat ik begon mee te doen. Ik zag gewoon geen andere optie meer. Natuurlijk hielp dat ook niet maar wat ik ook deed, het hield gewoon niet op.

Ze zijn daarop blijven vitten. Dat is nooit opgehouden. Die twee leerkrachten zijn blijkbaar altijd belangrijke personen voor mij geweest. Totdat je zelf begint te geloven dat je gevoelens hebt voor die mensen. Je bent een puber: je zit sowieso al in de knoop met je gevoelens en dan komt dat er nog eens bij. Gemakkelijk is dat niet. Achteraf besef je onmiddellijk dat dat niet echt was. Maar er wordt zodanig op je ingepraat dat het na een tijd echt begint te voelen.

“Je verwacht dat de school je steunt.”

Ik was nooit meer op mijn gemak. Zelfs als het even rustiger was, kon ik me niet gerust voelen. Het bleef ook niet bij verbaal geweld. Mensen gingen weg als ik naast hen ging zitten. Ze hebben een keer in mijn locker ingebroken en daar alles uitgehaald en weggegooid. Heel fier waren ze toen ze me zagen aankomen. Dat gevoel dat ze in mijn persoonlijke spullen gezeten hadden… En de school deed niets.

Je verwacht dat de school je steunt. Maar niets is minder waar. Leerkrachten deden niets. Een van de leerkrachten in kwestie speelde er zelfs op in. Hij kwam bijvoorbeeld tijdens een film naast mij zitten in plaats van zich zoals gewoonlijk op de laatste rij te zetten. Hij viseerde me steeds in de les, …

Het ging zelfs tot bij de directie. Toen ik het op een bepaald moment niet meer zag zitten, zijn we naar de directie gestapt. Het enige aangeboden alternatief was van school veranderen. Wat een oplossing, het doorschuiven naar ergens anders. We hebben er lang over gediscussieerd en uiteindelijk mocht ik van richting veranderen. Ik had bijlessen nodig om die overgang op te kunnen vangen, maar die heb ik nooit gekregen. “Het is jouw beslissing, jouw verantwoordelijkheid. Dat moet je zelf maar zien op te lossen.”

Dat is echt heel typisch aan die school: als je iets kan, word je geholpen om dat verder te ontwikkelen. Maar als er een probleem is, laten ze je aan je lot over. “Zoek het zelf maar uit want wij ondersteunen je niet. Ga dan maar ergens anders heen.”

Ik was zo kwaad en ik twijfelde enorm aan mezelf. Waarom laten ze me niet met rust? Waarom wil mijn school me niet helpen? Maar als ik aan iets begin, moet je me heel ver krijgen voordat ik opgeef. Vooral het feit dat de school me zo graag weg wilde, bevestigde mijn doel: “Je wil mij hier weg zodat ik jouw probleem niet meer ben, wel, dan hoop ik dat ik nog twee jaar jouw probleem kan zijn.” Ik wilde mij niet laten wegpesten. Ik wilde daar afstuderen: ik wilde op dat podium staan waar iedereen kon zien dat ik het uitgehouden had.

“Je wil mij hier weg zodat ik jouw probleem niet meer ben, wel, dan hoop ik dat ik nog twee jaar jouw probleem kan zijn.”

Ik ben echt heel trots dat ze me niet klein hebben gekregen. Niet de leerlingen, niet de school. Het was niet gemakkelijk, maar ik heb het wel gedaan. Ik heb mijn diploma in handen en dat is ondertekend door de directie die me daar weg wilde. Voldoening genoeg.

Het heeft me veranderd. Ik ben niet meer zo spontaan zoals vroeger. Een nieuwe klas bleef ook in het hoger onderwijs wat bang afwachten. Dat zal nooit meer hetzelfde zijn. Ik zal nooit meer een klas binnengaan met een open instelling: “Wij zullen één klas zijn. Iedereen zal goed overeenkomen. Dit wordt leuk.” Gelukkig heb ik dat gevoel als toekomstig leerkracht wel. Mijn kindjes en ik zijn één klasje, één hechte groep. Ik heb dat gevoel echter niet meer met mijn leeftijdsgenoten.

Sinds ik niet meer op die school zit, is alles stelselmatig verbeterd. In het begin waren gefluister en blikken altijd negatief. Ik kon me niet inbeelden dat het positief zou kunnen zijn. Dat pestgedrag heeft uiteindelijk vijf jaar lang geduurd. Ik zat vast in een denkpatroon waardoor ik het positieve niet kon zien. Zoiets is moeilijk van je af te schudden. Nu is het anders. Nu kan ik op de bus zitten en het doet me niets. Het feit dat de mentaliteit in het hoger onderwijs niet meer zo kinderachtig is, heeft me enorm geholpen. Hier kan ik gewoon met een lector iets bespreken zonder dat ik daar onmiddellijk een relatie mee zou hebben. Er zijn niet veel mensen meer die zulke roddels interessant vinden en die ingesteldheid doet wonderen. Na een tijdje denk je minder na over de dingen die je voorheen zo bang maakten.

Ik schaam me niet. Ik zou het zeker niet erg vinden om met mijn gezicht aan dit verhaal gekoppeld te worden. Maar ik moet ook realistisch zijn. Binnenkort ga ik solliciteren als leerkracht in het lager onderwijs en ik zal zeer waarschijnlijk gegoogeld worden door meerdere directies. Ik vind dat zo’n verhaal vanzelf naar boven zal komen in een positieve werkomgeving maar dat wil ik laten gebeuren vanuit mijn initiatief. Niet omdat iemand ergens iets gelezen heeft en daardoor al vooroordelen heeft voor ze me echt kennen, wat jammer genoeg te vaak gebeurt.

Ook vind ik dat de kinderen en hun ouders de achtergrond en het privéleven van de juf niet hoeven te kennen. Ik ben wie ik ben en dit hoort er natuurlijk bij. Maar dat wil niet zeggen dat het me definieert. En dat merk je wel als je me écht leert kennen.”

Nieuwsgierig, doelgericht , mijn knie (Ik heb een zwakke knie en dat heeft veel effect op mijn leven.)

Het klinkt misschien vreemd maar een avond met mijn vriend die samen te vatten is in deze drie woorden: seks, frieten en horrorfilms (met een knipoogje).

Buikgriep! Iedereen zegt altijd iets schoonheidsverkiezingsachtigs zoals ‘oorlog’ en dat soort dingen. Maar dat kan helemaal niet. Ik ben daar te rationeel voor: buikgriep daarentegen kan toch gebannen worden! Als ze al bijna een geneesmiddel voor kanker hebben, moet dat voor buikgriep toch ook kunnen?

I’m Gonna Be (500 Miles) van The Proclaimers.

Mijn overgrootmoeder is gestorven toen ik nog klein was, maar ze was heel belangrijk voor mij. Ik zou haar graag willen vragen wat zij denkt van mijn leven en waar ik nu sta. En of ze dat zich had kunnen inbeelden van dat kleine dutske dat iedere middag bij haar Pingu ging kijken.

Op Linkeroever, in het parkje met de boeien, is er een bunker waar je op kan klimmen met een leuk uitzicht op Antwerpen en de Schelde. Dat, in de zomer in het zonneke.

Interview en foto’s door Cara Baplue.
Related portraits